Laaggeletterdheid

Hoeveel laaggeletterden er in Brussel precies zijn, weten we niet. Maar we kunnen vermoeden dat het aantal hoger ligt dan in Vlaanderen, waar volgens een internationale PIAAC-studie 15 procent van de volwassenen tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd is.

De risicogroepen zijn mensen met een laag opleidingsniveau of een beperkte kennis van het Nederlands, ouderen en mensen met psychologische en emotionele problemen.

Laaggeletterdheid betekent meer dan enkel problemen hebben met lezen en schrijven. Laaggeletterden kunnen ook moeite hebben met de weg naar de juiste te dienst vinden, formulieren begrijpen, adviezen opvolgen of werken met digitale applicaties. Het is dus belangrijk om te weten of de hulpvrager die voor je zit laaggeletterd is.

Het is niet altijd eenvoudig om te herkennen dat iemand laaggeletterd is. Wie moeite heeft met lezen of schrijven, beschikt vaak over een arsenaal trucs’ om dat te verbergen of te compenseren.

Enkele voorbeelden:

De hulpvrager

  • neemt eenvoudige formulieren mee naar huis.
  • gebruikt veel omschrijvingen en antwoordt naast de kwestie.
  • draait de folder niet om als de hulpverlener die omgekeerd aanreikt.
  • zegt hoofdpijn’ te hebben en kan daardoor niet lezen’.
  • wordt boos als het te moeilijk of omslachtig is om een afspraak te maken.

Tips

Noteer in het dossier dat iemand moeite heeft met lezen en/​of schrijven, zo zijn je collega’s ook op de hoogte.

Wil de hulpvrager leren lezen en/​of schrijven? Verwijs de persoon door naar het Centrum voor Basiseducatie Brusselleer.

Ook een Nederlandstalige hulpvrager kan laaggeletterd zijn.

    Wat kan je doen?

    • Spreek Duidelijk Nederlands en ondersteun de communicatie aan de hand van pictogrammen en afbeeldingen.
    • Herhaal de boodschap enkele keren en controleer of de hulpvrager je goed begrepen heeft. Stel open vragen over wat de persoon begrepen heeft en moet onthouden. Doe dat ook omgekeerd: herhaal in je eigen woorden wat de hulpvrager je vertelt. Zo merk je of jij de hulpvrager correct begrepen hebt.

    U hebt een afspraak om 10 uur. Hebt u mij begrepen?”

    Ja.”


    Wanneer hebt u een afspraak?”

    Morgen om 10 uur.”

    • Beperk de informatie tot de belangrijkste kernpunten en herhaal de essentie.

    Wat is het verschil tussen analfabetisme en laaggeletterdheid? 

    In tegenstelling tot laaggeletterden kunnen analfabeten of ongeletterden helemaal niet lezen en schrijven. Laaggeletterden kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen deze vaardigheden niet goed genoeg om gemakkelijk en zelfstandig te kunnen functioneren in de samenleving.